welkomspagina / De historiek van de weerstations   
 

De digitale weerstations

Inleiding

Reeds enkele jaren kennen digitale instrumenten een opmars binnen het domein van de meteorologie. Vroeger werd de temperatuur analoog gemeten, maar tegenwoordig zijn er ook digitale weerstations beschikbaar. De principes waarop deze digitale instrumenten gebaseerd zijn, zijn nagenoeg identiek aan die van de analoge metingen: een meetelement beïnvloedt een elektrisch kristal en de afwijking in de stroom wordt doorgegeven aan een computer die de gegevens berekent en evalueert ten opzichte van inherente waarden. De gepaste waarde wordt zo gegenereerd en vervolgens weergegeven op een LCD-scherm. Dankzij de miniaturisatie kan het grootste deel van de functies tegenwoordig worden geïntegreerd in hetzelfde instrument.

Aan de hand van geavanceerde maar gemakkelijk bedienbare functies leveren de weerstations onmiddellijk en op eender welk moment alle informatie in verband met uw omgeving (het uur, het weer, de temperatuur, de vochtigheidsgraad, de luchtdruk, …). Ze bieden u nuttige informatie waarmee u alle kamers van uw huis, zoals de babykamer, gezond kunt houden. Ook buitenshuis zijn er heel wat toepassingen, zoals de tuin, de veranda en/of serre, een wijnkelder of bijvoorbeeld het meten van de temperatuur van het water in het zwembad. Sommige modellen beschikken over software waarmee ze kunnen worden verbonden met een computer om overzichten, statistieken of grafieken op te stellen gebaseerd op de waarnemingen.

Geleverde informatie

  • Het lokale weerbericht met voorspellingen van 12 tot 24 uur binnen een omtrek van een dertigtal kilometer.
  • Radiogestuurde tijd (met andere woorden automatisch gestuurde tijd via het Frankfurt DCF77 radiosignaal) via radiogolf 77,5 Khz, met een precisie tot een duizendste van een seconde.
  • De luchtdruk (hoe hoger de druk, hoe minder kans op regen en vice versa), een tendensindicator en een historiek van de afgelopen 24 uur.
  • De binnen- en buitentemperatuur evenals de vochtigheidsgraad en de tendens van de luchtvochtigheid. De temperatuur en de luchtvochtigheid worden buiten gemeten, de gegevens worden dan via een radiofrequentie (meestal 433 MHz) naar het weerstation verstuurd.
  • De snelheid, kracht en richting van de wind gemeten met behulp van een anemometer en een windwijzer.
  • De warmte-index, met andere woorden de gevoelswarmte (afhankelijk van de warmte en de vochtigheid).
  • De comfortindex, met andere woorden de analyse van de temperatuur en de vochtigheid binnenshuis.
  • De hoeveelheid regen die valt binnen een bepaalde periode, berekend met behulp van een pluviometer. Digitale pluviometers zijn nauwkeuriger en de gegevens kunnen makkelijker worden bewaard. De beste stations kunnen, aan de hand van tabellen, de hoeveelheid regen voor een bepaalde periode (uur, dag, week of jaar) weergeven, en dit met minimum- en maximumresultaten.
  • Het geheugen van de extremen (met weergave van datum en dag).
  • De maanstanden en getijden.
  • De dauwpunten.
  • De gevoelstemperatuur, in functie van de temperatuur en de wind.

Beknopte geschiedenis van de meteorologie

350 v. Chr. Aristoteles schrijft een verhandeling met de titel Meteorologiae, een ‘studie over de elementen van de lucht’. Ongeveer een derde van het werk behandelt atmosferische fenomenen.
1500 Leonardo da Vinci vindt de windwijzer uit.
1639 Castelli vindt de pluviometer uit.
1641 Galilea vindt de thermometer uit.
1643 Torricelli vindt de kwikbarometer uit. Het instrument werd veel nauwkeuriger na de uitvinding van de ‘luchtledige doos’ (aneroïdebarometer) door Vidi in 1874.
1650 Ferdinand II van Toscane bouwt de eerste hygroscoop. (De voorloper van de hygrometer van De Saussure uit 1783).
1655 Eerste meteorologische metingen, uitgevoerd in Firenze, Italië. Ononderbroken metingen zullen pas vanaf 1706 worden uitgevoerd aan de universiteit van Utrecht.
1664 Uitvinding van de anemometer (windmeter) door Hooke. Hij zal worden geperfectioneerd door Wattman in 1790.
1665 Huygens perfectioneert de thermometer die werd uitgevonden door Galilea door er merktekens op aan te brengen, zodat een meting mogelijk wordt.
1677 Het meten van de regenval wordt mogelijk dankzij de pluviometer van Townley.
1736 De Zweed Celsius stelt de honderddelige temperatuurschaal voor.
1783 De eerste ballon verkent de atmosfeer tot op een hoogte van 3.400 m.
1854 Le Verrier legt de basis van de Franse meteorologie, gebaseerd op een netwerk van dertien stations en start een systeem voor uitwisseling van de waarnemingen met andere Europese landen.
1863 Het observatorium van Parijs verspreidt regelmatig weerberichten.
1878 Oprichting van de eerste Franse nationale organisatie voor meteorologie. Datzelfde jaar komen 32 landen in Wenen samen om de Internationale Meteorologische Organisatie op te richten.
1886 De eerste weerberichten worden ontvangen vanuit Noord-Amerika.
1890 Met behulp van vliegers worden de eerste atmosferische metingen op hoogte uitgevoerd.
1892 Gustave Hermite vindt de weerballon uit.
1898 Teisserenc de Bort en Assman lanceren weerballons die de vochtigheid niet meten.
1899 Aan de vooravond van de 20e eeuw bereiken drie weerballons, die werden opgelaten vanuit Trappes (vandaag het departement Yvelines), een hoogte van 13.000 m, waardoor de stratosfeer wordt ontdekt. Een dertigtal jaar later zouden de ballons worden uitgerust met een zender die de metingen (temperatuur, druk en vochtigheid van de lucht) verstuurt, naargelang de stijging van de radiogestuurde sensor.
1927- 1929 De meteorologen Bureau en Hydrac bevestigen een radiozender onder een weerballon voor de verzending van de metingen op afstand in “real time”.
1937 Lancering van het eerste schip dat speciaal wordt uitgerust voor meteorologische waarnemingen: de Carimaré, onder Franse vlag. Dit soort schepen bestaat nog steeds. Sinds 1926 voeren ook handelsschepen vrijwillig atmosferische metingen uit.
1947 Oprichting van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), een gespecialiseerde organisatie van de VN, belast met het uitbouwen van een volledig en snel systeem voor de uitwisseling van meteorologische metingen tussen alle lidstaten.
1960 Lancering van de eerste meteorologische satelliet (Tiros I, USA).
1970- 1980 Het ontstaan van meetschalen zoals de schaal van Beaufort (wind), de schaal van Fujita (tornado’s) en de schaal van Saffir Simpson (cyclonen).
Vandaag Sindsdien werden er wereldwijd duizenden weerstations opgericht en zijn de voorspellingsmodellen steeds nauwkeuriger geworden, waardoor voorspellingen tot 15 dagen kunnen worden gemaakt.